Achtergrond Ierland - Engeland

9 augustus 2026 - Leusden, Nederland

Nog een (lang) verhaal over de relatie Ierland-Noord-Ierland-Engeland en de invloed die deze relatie had op de Famine (hongersnood in Ierland) en welke invloed had onze Koning Willem III enzovoort en verder.

Noord-Ierland is van Ierland gescheiden door een conflict over geloof, politiek en macht, waarbij de bevolking in het noorden bij het Verenigd Koninkrijk wilde horen en de rest onafhankelijk wilde zijn.

De achtergrond van de splitsing

Verschil in geloof en afkomst:
In het noorden (Ulster) woonden veel mensen die protestants waren en stamden van Britse kolonisten. Zij voelden zich verbonden met Groot-Brittannië. De rest van het eiland was overwegend katholiek en wilde los van de Britse koning.

De wet van 1920:
Met de Government of Ireland Act verdeelden de Britten het eiland in twee delen om de rust te bewaren, omdat de rest van Ierland een felle strijd voerde voor volledige vrijheid.

Het verdrag van 1921/1922:
Het zuiden van Ierland werd na een oorlog de onafhankelijke Ierse Vrijstaat (nu de Republiek Ierland). Het noordoosten koos ervoor om als Noord-Ierland binnen het Verenigd Koninkrijk te blijven.

Dat er historisch gezien meer protestanten in Noord-Ierland woonden, is het directe gevolg van een bewuste Britse politiek in de 17e eeuw: de Plantation of Ulster.

De Plantation of Ulster (1609):
Aan het begin van de 17e eeuw probeerde de Engelse koning Jacobus I (James I) zijn macht over Ierland te vergroten. De noordelijke provincie Ulster was op dat moment de meest opstandige en traditioneel Ierse regio.
Nadat de lokale Ierse, katholieke edellieden na een verloren oorlog naar het Europese vasteland vluchtten (de Flight of the Earls), nam de Britse kroon hun landgoederen in beslag.
Om te zorgen dat de regio loyaal zou blijven aan de Britse koning, nam men de volgende maatregelen:

Kolonisatie:
De koning stuurde tienduizenden Britse immigranten naar Ulster.

Herkomst:
Deze kolonisten (de planters) kwamen voornamelijk uit het zuiden van Schotland en het noorden van Engeland.

Religie:
De immigranten brachten hun eigen geloof mee. De Schotten waren grotendeels presbyteriaans (protestants) en de Engelsen anglicaans (protestants).

Onteigening:
De oorspronkelijke katholieke Ieren werden van de vruchtbare landbouwgrond verdreven. Zij moesten verhuizen naar armere, hoger gelegen gebieden of bleven achter als arme pachters voor de nieuwe protestantse landeigenaren.

Wat deed onze koning in Ierland?

Koning Willem III (in Ierland bekend als 'King Billy') legde tijdens de Slag aan de Boyne in 1690 de basis voor de Engelse dominantie over Ierland. Zijn overwinning op de katholieke koning Jacobus II luidde eeuwen van protestantse overheersing in, wat de politieke en religieuze kloof tussen Ierland en Groot-Brittannië diepgaand en blijvend vergrootte.

Wat waren de gevolgen?

Protestant Ascendancy: Willem III zorgde ervoor dat de Engelse en Schotse protestanten alle macht kregen in Ierland, ten koste van de katholieke meerderheid.

Grondbezit: Katholieke Ieren verloren grootschalig hun land en eigendommen, die overgingen naar de nieuwe Engelse en protestantse elite.

Wetgeving: Er kwamen strenge strafwetten (Penal Laws) die het katholieken onmogelijk maakten om een politieke functie te bekleden, grond te erven of een opleiding te volgen.

Koloniale ondergeschiktheid: Ierland werd politiek en economisch volledig ondergeschikt gemaakt aan het Engelse parlement in Londen.

Symbool van verdeeldheid: 'King Billy' werd een gepolariseerd figuur: gehaat door katholieken als onderdrukker en vereerd door protestanten als redder.

Noord-Ierse kwestie: De nasleep van zijn overwinning werkt tot op de dag van vandaag door in de spanningen en herdenkingen (zoals de parades van de Orange Order) in Noord-Ierland. 

Waarom is juist het noordoosten protestant geworden?
Het noordoosten van Ierland ligt geografisch heel dicht bij Schotland. De oversteek per boot was kort en eenvoudig. Hierdoor ontstond er in de provincie Ulster een permanente, grote protestantse gemeenschap met diepe wortels in Groot-Brittannië. In de rest van Ierland mislukten dergelijke grootschalige kolonisatiepogingen grotendeels.
Tijdens de industrialisatie in de 19e eeuw groeide de economie in de regio rond Belfast bovendien hard door de scheepsbouw en textielindustrie, die stevig in protestantse handen waren. Dit trok nog meer Britse arbeiders aan.

Engelsen bemoeiden zich al langer met Ierland.

De Engelse bemoeienis met Ierland begon in het jaar 1169 met de Anglo-Normandische invasie. De feitelijke heerschappij verliep echter in fases en werd pas eeuwen later volledig.
De uitbreiding van de Engelse en Britse macht over het eiland gebeurde in vier grote stappen:
1. De Normandische invasie (1169–1171) In 1169 landden de eerste Anglo-Normandische ridders in het zuidoosten van Ierland. In 1171 kwam de Engelse koning Hendrik II zelf naar het eiland en riep de Heerlijkheid Ierland (Lordship of Ireland) uit. De Engelse macht was toen nog heel beperkt. Ze heersten feitelijk alleen over een klein, versterkt gebied rond Dublin, dat bekendstond als The Pale.
2. De Tudors en het Koninkrijk Ierland (1541) Koning Hendrik VIII wilde de controle over het eiland verstevigen. In 1541 liet hij het Ierse parlement hem uitroepen tot Koning van Ierland. Vanaf dat moment begon een bloedige, decennialange militaire campagne om de Keltische adel te onderwerpen.
3. De totale controle (1603). In 1603, na het neerslaan van de 9-jarige oorlog, gaven de laatste Keltische leiders zich over aan de Engelse kroon. Vanaf dit jaar heersten de Engelsen officieel over het volledige eiland. Direct daarna begon de kolonisatie met protestanten (Plantations) in het noorden.
4. De Act of Union (1801). In 1801 werd de politieke controle compleet. Met de Act of Union werd het Koninkrijk Ierland formeel opgeheven en samengevoegd met Groot-Brittannië. Vanaf toen werd het eiland rechtstreeks vanuit Londen bestuurd als onderdeel van het Verenigd Koninkrijk. Deze situatie duurde tot de Ierse onafhankelijkheid in 1922.

Welke betekenis had de Act of Union (1801) voor het ontstaan van de Famine?
De Act of Union (1801) speelde een heel belangrijke rol bij het ontstaan en de ernst van de Ierse Hongersnood (The Great Famine, 1845–1852). Door deze wet werd het Ierse parlement opgeheven. Ierland werd voortaan rechtstreeks vanuit Londen bestuurd als onderdeel van het Verenigd Koninkrijk.
Dit had rampzalige politieke en economische gevolgen die de Ierse bevolking extreem kwetsbaar maakten toen de aardappelziekte toesloeg:
1. Economische afhankelijkheid (De 'graanschuur' van Groot-Brittannië). Door de Act of Union werd Ierland volledig opengesteld voor de Britse markt. De opkomende Ierse industrie kon niet concurreren met de geavanceerde Britse fabrieken en stortte grotendeels in. Ierland werd daardoor gereduceerd tot een puur agrarisch wingewest dat diende als de graanschuur en vleesleverancier voor de Britse steden. Omdat de beste landbouwgrond werd gebruikt voor de export van graan en vee naar Engeland, bleef er voor de arme Ierse bevolking weinig grond over. Zij raakten voor hun eigen overleving volledig afhankelijk van de aardappel, die op kleine, onvruchtbare stukjes grond kon groeien.
2. Het ontstaan van de Absentee Landlords. Na de Act of Union verplaatste het politieke en culturele leven zich van Dublin naar Londen. Veel rijke, protestantse landeigenaren verhuisden mee. Deze zogeheten absentee landlords lieten het beheer van hun Ierse landgoederen over dat aan tussenpersonen, die de Ierse pachters meedogenloos uitbuitten. Om de winst te maximaliseren, werden landerijen steeds verder opgeknipt in minuscule stukjes grond. Dit leidde tot extreme armoede en een totale afhankelijkheid van één enkel gewas.
3. Bestuur op afstand en Laissez-faire-politiek. Omdat Ierland geen eigen parlement meer had, lag de beslissingsbevoegdheid tijdens de crisis bij de Britse regering in Londen. De Britse politici stonden ideologisch en geografisch ver af van de Ierse realiteit. Zij geloofden sterk in het economische principe van laissez-faire (de vrije markt mag niet worden verstoord).
Dit leidde tot twee fatale beslissingen tijdens de hongersnood:
-Voedselexport ging door: Terwijl miljoenen Ieren verhongerden, dwong de Britse overheid met militaire steun af dat schepen vol Iers graan, vee en boter gewoon naar Engeland bleven varen voor de export.
-Gebrekkige noodhulp: Noodhulp en gaarkeukens werden door Londen al snel stopgezet of gekoppeld aan strenge voorwaarden, omdat men vond dat de Ierse economie zichzelf moest corrigeren en de Ieren "niet afhankelijk mochten worden van staatssteun".

De Act of Union zorgde er dus voor dat Ierland economisch werd uitgekleed en politiek machteloos was op het moment dat de aardappelziekte uitbrak.


De Corn Laws (Graanwetten) waren importtarieven die de Britse overheid tussen 1815 en 1846 legde op buitenlands graan. Hun invloed op de Ierse Hongersnood (The Great Famine) was groot, omdat deze protectionistische wetten goedkoop voedsel blokkeerden op het moment dat de Ieren dit het hardst nodig hadden.

Waar gingen de Corn Laws over?
Met het woord corn bedoelden de Britten destijds alle graansoorten, zoals tarwe, haver en gerst.
Doel: De Britse wet was bedoeld om de rijke, adellijke landeigenaren te beschermen tegen goedkope import uit het buitenland.
Werking: Er mocht pas buitenlands graan worden geïmporteerd als de binnenlandse graanprijs extreem hoog was. Dit hield de prijs van brood en voedsel in het hele Verenigd Koninkrijk (inclusief Ierland) kunstmatig hoog.
Wat was hun invloed tijdens de Famine?Toen de aardappelziekte in 1845 toesloeg en de belangrijkste voedselbron van de Ieren wegviel, zorgden de Corn Laws voor een catastrofale kettingreactie: -Onbetaalbaar alternatief voedsel: Er was wereldwijd genoeg graan beschikbaar, maar de hoge importtarieven zorgden ervoor dat buitenlands graan veel te duur was voor de straatarme Ierse bevolking.
-Peel's Indiase maïs: De Britse premier Sir Robert Peel begreep dat de wetten de crisis verergerden. Hij omzeilde de wetten tijdelijk door in het geheim voor £100.000 aan maïs (Indian Corn) te kopen in de Verenigde Staten om in Ierland goedkoop te verdelen. Dit hielp even, maar was veel te weinig voor miljoenen hongerenden.
-De afschaffing (1846): Peel gebruikte de Ierse hongersnood als politiek breekijzer om de Corn Laws in juni 1846 definitief af te schaffen en de grenzen te openen voor vrijhandel.
Waarom hielp de afschaffing niet direct?Hoewel de wetten werden afgeschaft om Ierland te redden, kwam de maatregel te laat en bood het nauwelijks verlichting. Direct na de afschaffing viel de regering van Peel. De nieuwe premier, Lord John Russell, stopte veel noodhulpprogramma's. Bovendien hadden de verhongerende Ieren simpelweg geen geld meer om het goedkopere, geïmporteerde graan te kopen.

Is er invloed geweest op Nederland?
Ja, de Britse Corn Laws hadden een directe en grote invloed op de graanprijzen en de handel in Nederland. Nederland was in de 19e eeuw een belangrijk doorvoerland voor graan uit het Oostzeegebied (zoals Polen en Pruisen).
De invloed van de wetten verliep in twee verschillende fases:
1. Vóór 1846: Grote prijsschommelingen en onzekerheid. Zolang de Corn Laws van kracht waren, hield Groot-Brittannië de eigen markt grotendeels gesloten voor buitenlands graan.
Prijsdalingen in Nederland: Omdat de Britten hun grenzen sloten, bleven internationale graanoverschotten vaak op het Europese vasteland hangen. Dit zorgde er regelmatig voor dat de graanprijzen op de Nederlandse markt (zoals de Amsterdamse graanbeurs) kunstmatig laag bleven.
Speculatie en chaos: Zodra de Britse graanoogst een keer mislukte en de Britse prijzen het wettelijke maximum bereikten, gingen de Britse grenzen plotseling tijdelijk open. Britse handelaren kochten dan halsoverkop enorme hoeveelheden graan op in Nederlandse havens. Dit leidde in Nederland tot plotselinge, extreme prijsstijgingen en speculatie.
2. Na de afschaffing in 1846: Stabilisatie en de Nederlandse 'Aardappeloorlog'. Toen de Britse premier Robert Peel de Corn Laws in 1846 afschafte vanwege de hongersnood in Ierland, veranderde de markt structureel:
Structureel hogere prijzen: De Britse markt was vanaf dat moment permanent open. Groot-Brittannië begon massaal graan te importeren uit heel Europa om de eigen bevolking te voeden. Deze enorme stijging in de vraag zorgde ervoor dat de graanprijzen in Nederland en de rest van Europa flink stegen.
Gevolgen voor de Nederlandse consument: De afschaffing viel samen met de aardappelziekte die ook in Nederland toesloeg. Omdat de aardappeloogst mislukte, wilden de Nederlanders overstappen op brood. Maar door de open Britse grens werd het graan massaal naar Engeland geëxporteerd, waardoor brood in Nederland onbetaalbaar werd. Dit leidde in 1847 tot grote voedselrellen in steden zoals Groningen, Delft en Harlingen (bekend als de Aardappeloproeren of de Graanrepubliek-onrust).
Politiek gevolg voor Nederland
De Britse afschaffing van de Corn Laws opende de weg naar wereldwijde vrijhandel. Nederland volgde dit Britse voorbeeld snel. Onder leiding van de liberale staatsman Johan Rudolph Thorbecke schafte Nederland in 1862 definitief zijn eigen protectionistische wetten en invoertarieven op graan af.

Jouw reactie